KRINGEN

Elke ochtend opent de onthaalkring de dag van onze kinderen.

Hun ervaringen thuis en op school vormen (aanvankelijk en vooral op maandag) het belangrijkste gespreksthema.

 Meestal is één van de kinderen gespreksleider.  Hij of zij zorgt dat iedereen het gesprek kan volgen én dat wie dat wil, aan bod kan komen. De gespreksleider probeert er ook voor te zorgen dat kinderen inspelen op elkaars verhalen. Natuurlijk helpt de leerkracht hierbij een handje ... maar gaandeweg leren de kinderen dit zelf opnemen.

 Welke kringen aan bod komen en welke afspraken gelden, wordt per klas afgesproken. Zo zijn er afspraken over de manier van het woord vragen, de duur van de kring, het al dan niet beperken van het aantal sprekers per kring,...

 Naast de onthaalkring, zijn er verschillende andere themakringen:

Aan de hand van de actualiteit of van een project kiest de groep er voor om bijvoorbeeld een 'actuakring' te houden, gewijd aan één specifiek thema.

 Een andere kring is de 'gevoelskring'. Hier leren de kinderen hun eigen gedrag herkennen, verwoorden hoe ze zich in en buiten de klas voelen, conflicten oplossen, ...

Verder hebben we ook ontdekkringen en boekenkringen, waarin kinderen – al dan niet voorbereid -  vertellen over een onderwerp waarover ze meer opgezocht hebben of een boek dat ze gelezen hebben.

 Kringen zijn dus meer dan een ‘vertelmoment’. In onze kringmomenten wordt er immers gewerkt aan het verwerven van kennis rond bepaalde onderwerpen, leren kinderen vaardigheden als beurtnemen, passend gevoelens verwoorden, bondig iets vertellen, én werken ze aan verschillende attitudes.