Evalueren is vleugels geven, niet ze knippen

Door te evalueren wensen we de “brede” ontwikkeling en het leerproces van de leerlingen te ondersteunen. Wij wensen onze leerlingen zo breed mogelijk te evalueren.   Niet enkel kennis maar ook vaardigheden, attitudes, werkhouding, competenties en leren leren vinden wij belangrijk. Dit vraagt om een goede samenwerking tussen leerlingen, leerkrachten en ouders. De leerkracht toetst kennis, vaardigheden en attitudes als een samenhangend geheel en niet als afzonderlijke elementen. Op die manier krijgen we zicht op wat de leerlingen al kennen en kunnen en gaan we actief aan de slag met de verkregen informatie. Wij gaan op zoek naar wat nog nodig is voor de verdere ontplooiing en ontwikkeling van de leerling. Wij proberen door het geregeld houden van individuele leerlingencontacten een zelf reflecterende houding bij onze leerlingen en leerkrachten te bekomen. Op die manier kan de leerling via duidelijke feedback zijn/haar leerproces mee in handen nemen en leren we ze feedback te ontvangen en geven.  

Wij bekijken de leerling in zijn geheel en gaan op zoek naar zijn interesses, gevoelens, zelfbeeld, meervoudige intelligenties en competenties. Naast de traditionele toets maken we, voor het in kaart brengen van deze competenties, gebruik van observaties, gesprekken, zelfevaluaties,…  

Wij streven ernaar dat onze leerlingen deze kennis, vaardigheden en attitudes ook buiten de klas kunnen hanteren bv. op uitstap, tijdens groepsopdrachten ,… Onze leerlingen krijgen op die manier een realistische kijk op hun eigen mogelijkheden en beperkingen.  

Kinderen met ontwikkelingsdyspraxie, motorische stoornissen, dyslexie, dysorthografie, dyscalculie… zullen nooit op dezelfde wijze aan de eisen kunnen voldoen om de eindtermen te bereiken maar ze moeten niettemin een goed zelfbeeld krijgen, een gelukkige jeugd doorlopen, de kans krijgen om te evolueren van een blij kind naar een open en tevreden volwassene. Daarom krijgen sommige kinderen de kans om voor een vak terug te zitten in het vorige leerjaar of een aangepaste leerlijn te volgen binnen de eigen klas.  

In het kindvolgsysteem wordt gerapporteerd welke instructiewijze, welke aangepaste materialen, welke obstakels zich voordoen, op welke wijze de toetsen afgenomen worden (eventueel mondeling onder begeleiding van de zorgjuf) om zo ver mogelijk - voor elk kind apart – de eindtermen te kunnen bereiken.  

Die kleine stapjes voorwaarts worden ook gewaardeerd en aangemoedigd. Het kind wordt met zichzelf vergeleken en niet met de klassengroep. Om de vorderingen van deze kinderen te noteren hebben wij geopteerd voor het geven van “ groene punten “ . Vakken of onderdelen van vakken worden met groen gefluoresceerd op het rapport.  

Voor hoogbegaafde leerlingen zorgen wij ervoor dat ze in de “kangoeroeklas” aan hun trekken kunnen komen en dat zij aangepaste en uitdagende leerstof krijgen.